Xenophon's Anabasis 8
.
Reeds was het omstreeks den tijd dat de markt vol wordt en was men de legerplaats, waar halt gemaakt zou worden, genaderd, toen Pategyas, een Pers en vertrouweling van Cyrus, met alle kracht op een met zweet bedekt paard kwam aanrennen, en allen, die hij ontmoette, in het Persisch en Helleensch toeriep: "De koning rukt met een groot leger in slagorde aan." Toen ontstond er een geweldig rumoer, want Hellenen en Perzen verwachtten nu, dat zij dadelijk ongewapend door hem aangevallen zouden worden. Cyrus sprong van den wagen, trok zijn harnas aan, steeg te paard, greep de werpspietsen, en beval, dat ieder zich moest gaan wapenen en op zijn post moest gaan staan.

Dit geschiedde met groote snelheid. Clearchus nam zijn post op den rechtervleugel aan den Euphraat in, bij hem sloot zich Proxenus, en bij dezen de overige aanvoerders aan; Menon echter vormde met zijn korps den linkervleugel van het Helleensche leger. Van de Persische troepen stonden ongeveer duizend Paphlagonische ruiters op den rechtervleugel bij Clearchus, waarbij zich ook de Helleensche peltasten opgesteld hadden. De linkervleugel werd gevormd door Ariaeus, onderbevelhebber van Cyrus, met de andere barbaarsche troepen. In 't midden bevond Cyrus zich met omstreeks zeshonderd ruiters, die allen van groote pantsers, beenharnassen en helmen voorzien waren. Cyrus alleen maakte eene uitzondering, want hij wachtte den strijd af, zonder zijn hoofd met een helm te beschutten, zooals bovendien de Perzen meestal met onbedekt hoofd ten strijde gaan. Alle paarden bij het leger van Cyrus hadden hoofd- en borstschilden, en de ruiters droegen ook

Reeds was het middag en de vijand had zich nog niet laten zien. 's Namiddags echter zag men stofwolken, die er wit uitzagen, spoedig donker werden, en de geheele vlakte innamen. Toen zij naderbij kwamen zag men het metaal schitteren, en men kon duidelijk de werpspietsen en de afdeelingen van den vijand herkennen. Op den linkervleugel kwam de ruiterij aanrukken met witte harnassen, en zooals men zeide, door Tissaphernes aangevoerd; bij hem sloten zich troepen met gevlochten schilden aan; naast hen marcheerde zwaar gewapend voetvolk met houten schilden, die tot aan de voeten reikten, volgens 't zeggen Egyptenaars; nog andere troepen, gedeeltelijk ruiterij, gedeeltelijk boogschutters. Het geheele leger was afgedeeld naar de verschillende stammen, die in gesloten vierhoeken elk afzonderlijk opmarcheerden. Voor het front reden strijdwagens, op grooten afstand van elkander, de zoogenoemde zeiswagens. De zeisen liepen dwars vanuit de assen, en waren onder de banken naar den grond gebogen, om alles, wat zij bereikten, stuk te snijden. Men was voornemens om door middel van deze rijen der Hellenen te verbreken.

Wat Cyrus gezegd had om de Hellenen op te beuren, namelijk, dat de vijanden een geschreeuw zouden aanheffen waardoor zij zich niet in de war moesten laten brengen, daarin vergiste hij zich, want zij rukten in de grootst mogelijke stilte voort, en kwamen met gelijkmatige en langzame schreden nader. Nu reed Cyrus met den tolk Pigres en drie of vier anderen voorbij, en riep Clearchus toe: hij moest met het leger naar het centrum van de vijanden trekken, omdat aldaar zich de koning bevond. Hebben wij dat gedeelte overwonnen, voegde hij er bij, zoo is de overwinning aan onze zijde. - Clearchus zag nu wel is waar de vijandelijke massa's in het centrum, en hoorde ook van Cyrus, dat de koning ver buiten den linkervleugel van het Helleensche leger stond, want Artaxerxes overtrof Cyrus zoozeer in getalsterkte, dat hij in het centrum van zijn leger reeds de linkerflank van hem overvleugelde, - maar toch wilde Clearchus, niettegenstaande dat alles, den rechtervleugel niet van den stroom aftrekken, uit angst van beide zijden ingesloten te zullen worden; hij beloofde Cyrus er voor te zullen zorgen, dat alles goed ging.

Ondertusschen marcheerde 't vijandelijke leger in eene rechte lijn op hen aan, maar het Helleensche bleef staan en zijne afdeelingen stelden zich zooals zij op elkaar volgden in slagorde. Cyrus, die op tamelijk verren afstand van zijne linie kwam aanrijden beschouwde beurtelings de beide legers. Toen Xenophon de Athener hem van uit de Hellenen zag, reed hij naar hem toe en vroeg of hij nog iets te bevelen had. Cyrus hield stil en gaf hem bevel allen aan te kondigen, dat de offers een gelukkigen uitslag beloofden. Ondertusschen hoorde hij een gemompel door de gelederen gaan en vroeg naar de reden daarvan. Xenophon zeide hem dat het parool voor de tweede maal rondging. Cyrus verwonderde zich wie het wachtwoord gaf, en vroeg hoe het luidde: ,,Zeus Redder en Overwinning," gaf hij ten antwoord. ,,Welaan," zeide Cyrus, ,,ik neem het aan, en dit zij het lot," en met die woorden reed hij naar zijn post terug. Nauwelijks waren de beide legers drie of vier stadiën van elkander verwijderd, of de Hellenen hieven hun krijgsgezang aan en stormden op den vijand los. Door het snelle vooruitdringen van een deel hunner linie kwam er eene zwenking, zoodat de anderen in draf moesten loopen. Gedurende dit algemeen gedraaf hieven zij een geschreeuw aan, gebruikelijk bij het aanroepen van Enyalios, en allen liepen in stormpas. Eer echter een pijl hen kon bereiken, maakte het vijandelijke leger rechtsomkeer en vluchtte. De Hellenen vervolgden hen zoo snel zij konden en waarschuwden elkander, niet in stormpas te loopen, maar in slagorde te volgen. De strijdwagens echter, van hunne aanvoerders beroofd, gingen gedeeltelijk door het vijandelijk leger, gedeeltelijk door de Hellenen heen. Zij die er van te voren op bedacht geweest waren, openden nu de rijen; menigeen werd daarbij wel is waar, evenals op de renbaan, geraakt en van zijn plaats gedrongen; maar men heeft niet gehoord, dat er één gekwetst werd. Bovendien werd er in dit gevecht geen enkele Helleen gedeerd, behalve een enkele op den linkervleugel, die, naar men vertelt, door eene pijl geraakt werd.

Cyrus merkte met blijdschap de vorderingen der Hellenen en de vervolging van hunne vijanden op, en werd door zijne begeleiders reeds op Persische wijze aangebeden. Ondertusschen vond hij het toch niet raadzaam, hen zelf te vervolgen, maar hield het korps, dat hem vergezelde en dat uit zeshonderd ruiters bestond, bijeen, en wachtte de maatregelen van den koning af; immers hij wist dat deze het middelpunt van het Persische leger uitmaakte. Ook de overige Persische veldheeren stonden in het midden van hunne manschappen, omdat zij de standplaats, waar zij op beide zijden door hunne troepen gedekt waren, voor de veiligste hielden, en omdat hun korps van daar uit in den kortst mogelijken tijd de noodige bevelen kon ontvangen. De koning nu, zooals reeds gezegd is, stond met het centrum van zijn leger toch reeds buiten de linkerflank van Cyrus. En toen hij geen vijand voor zich zag, die hem van voren aangreep, maakte hij een draai om den vijand in te sluiten. Cyrus, die nu bevreesd was dat de koning, doordat hij de Hellenen in den rug aanviel, hen overhoop zou steken, ging hem tegemoet, greep met zijn zeshonderd man de ruiterij aan, die vóór den koning geschaard stond, en sloeg ze op de vlucht; hij doodde den aanvoerder van hen, Artagerses, naar verteld wordt, met eigen hand. Toen zij nu begonnen te vluchten, werden ook de zeshonderd man van Cyrus verstrooid, die met alle kracht aan het vervolgen waren, en slechts zeer weinige vrienden, die men zijne dischgenooten noemde, bleven bij hem. In hun gezelschap zijnde, ontdekte hij den koning en degenen die den koning omstuwden, en nu werd hij door niets meer teruggehouden, maar sprong met woorden: ,,Ik zie hem," op hem toe, en verwondde hem door een stoot op de borst door het harnas heen, zooals de arts Ktesias verzekert, die ook zegt zelf de wond genezen te hebben. Ondertusschen wierp een ander met groote hevigheid Cyrus zijn speer onder tegen het oog aan. Hoe velen in dezen strijd der beide broeders en van hunne wederzijdsche lijfwacht van den kant des konings gesneuveld zijn, moge Ktesias zeggen, die zich bij den koning bevond. Cyrus zelf echter sneuvelde en met hem acht van zijne dapperste begeleiders. Artapates, zijn trouwste dienaar onder de schepterdragers, wierp zich - zoo wordt verteld - toen hij zag, dat Cyrus neerstortte, met één sprong van zijn paard, en over hem heen. Sommigen vertellen dat de koning bevel gaf hem op het lijk van Cyrus te dooden, anderen dat hij zijn kromzwaard trok en zich zelf van kant maakte.


Charybdis    >   Xenophon's Anabasis 8