Discusdenervatie
.
Rutger van Leersum, pijnspecialist Bronovo :
Discusdenervatie

Een discusdenervatie is een behandeling waarbij er een gedeeltelijke maar langer durende onderbreking plaatsvindt van de pijngeleiding vanuit de buitenste ring van de tussenwervelschijf uit de hals- en / of lendenwervelkolom.   

Pijn vanuit de tussenwervelschijf ontstaat door een beschadiging van de buitenste ring van deze kraakbenige structuur. Deze ontstaat meestal door een plotselinge en overmatige draaiing van nek of rug. Het kraakbeen scheurt, en net zoals een meniscus in de knie, is er geen genezingsmogelijkheid. Hierdoor kan geleidelijk pijn in nek en rug optreden. Deze pijn straalt meestal uit naar schouders, armen en handen of naar heupen en benen. De pijn die meestal als brandend en tintelend wordt ervaren veroorzaakt tevens een verminderde spier- en zenuwdoorbloeding. Hierdoor ontstaan spier en zenuwpijnen in de armen of benen.     

De behandeling vindt plaats op de Pijnpolikliniek. U ligt op een behandeltafel. Bij de discusdenervatie wordt er een naald in de voorzijde van de tussenwervelschijf gebracht. Bij de nek gaat dat in rugligging en komt de naald meestal van de rechter zijkant. Dit heeft te maken met de ligging van de slokdarm, meestal links in de hals. Bij de rug gebeurt dat in buikligging en komt de naald vanuit de zij-achterkant van de rug in de voorzijde tussenwervelschijf terecht.   De naald wordt op de juiste plaats gebracht onder controle van röntgendoorlichting (zie foto).

Tijdens deze handelingen wordt het gebied net buiten de tussenwervelschijf met een plaatselijk verdovingsmiddel (Lidocaïne) verdoofd. Dan komt er een hoogfrequent geluid uit de punt van de naald en deze verwarmt gedurende 10 minuten (net zoals de magnetron) het omliggende weefsel tot een temperatuur van 900 C. Door deze verwarming worden de pijnzenuwvezels steeds minder actief. Het is niet verstandig om na de ingreep direct zelf naar huis te rijden. Regelt u daarom van tevoren vervoer naar huis.

Na deze behandeling duurt het vaak 3 - 4 maanden voordat de pijn in uw arm/been en later uw nek/rug gaat verminderen.
Afhankelijk van het feit of de behandelde wervel de enige is die pijn veroorzaakt, bepaalt dit hoe groot het succes van deze blokkade is. Ook bij deze therapie geldt dat, omdat de pijnzenuwen een soort brandwond vertonen, er een periode met napijn is. Deze napijn is eigenlijk niet te behandelen; de bijwerkingen van pijnstillers zijn vaak erger dan de gunstige effecten van deze middelen. Over het algemeen betekent meer napijn een gunstiger effect van de therapie!

De belangrijkste complicaties zijn bloeduitstortingen in het gebied waar geprikt wordt. Daarom moeten alle bloedverdunners minstens één week van tevoren gestopt worden! Een andere mogelijke belangrijke complicatie is een infectie van de tussenwervelschijf. Het is altijd mogelijk dat, ondanks maximale hygiënische omstandigheden, bacteriën vanuit de huid met de naald mee naar binnen gaan. Aangezien de tussenwervelschijf niet doorbloed wordt, kunnen de bacteriën die er in komen, zonder strijd met de natuurlijke afweer, onbelemmerd groeien. Wanneer u, één tot twee weken na de behandeling een steeds stijvere nek of rug krijgt en koorts heeft is een dergelijke infectie theoretisch aanwezig. In dit geval moet u direct contact opnemen met de Pijnpolikliniek. De behandeling met antibiotica die dan wordt gestart neemt vaak enkele maanden in beslag. Gelukkig is dit een zelden voorkomende complicatie.   

Dhr. R.L. van Leersum, anesthesioloog / pijnspecialist, Pijnpolikliniek, 070 - 312 40 60, Ziekenhuis Bronovo

Discusdenervatie

.
Rutger van Leersum, pijnspecialist Bronovo :
Veel pijn veroorzaakt door
irrationele angst voor verslaving
.
Nog steeds lijden veel patiënten met kanker onnodig pijn. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat er een grote angst voor verslaving bestaat bij het gebruik van opioïden, zoals morfine en afgeleiden daarvan.

Nog steeds lijden veel patiënten met kanker onnodig pijn. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat er een grote angst voor verslaving bestaat bij het gebruik van opioïden, zoals morfine en afgeleiden daarvan. Dat bleek op het negende wereldcongres over pijn (eind augustus 1999 in Wenen),waar alle toonaangevende specialisten van de wereld zich bogen over de onbehandelde en de te weinig behandelde chronische pijn. In het algemeen is het gebruik van opioïden geaccepteerd voor de behandeling van pijn bij patiënten met kanker.

Wanneer deze pijnstillers op de juiste manier worden toegepast, kan bij meer dan 90% van de patiënten een goede pijnstilling worden verkregen. Toch blijkt in de dagelijkse praktijk dat veel patiënten met kanker nooit opioïden nemen/krijgen en veel pijn houden. Terwijl de kennis rondom de behandeling met opioïden sterk is toegenomen, zijn de vooroordelen rondom het gebruik van opioïden blijven bestaan, de zogenaamde opiofobie. Deze opiofobie komt met name voort uit de irrationele angst voor verslaving. Irrationeel, want in meerdere studies is aangetoond dat deze angst ongegrond is. Daarnaast is er de wereldwijde verwarring over de begrippen verslaving (psychologische afhankelijkheid voor het bereiken van een bepaalde gemoedstoestand), tolerantie (verminderd effect bij langdurig gebruik) en lichamelijke afhankelijkheid (een normale fysiologische reactie van het lichaam op het chronisch gebruik van meerdere stoffen zoals alcohol en koffie. Onderzoeken hebben aangetoond dat opioïden effectief kunnen worden toegepast in de behandeling van pijn en dat patiënten slechts uiterst zelden (0,04%) verslaafd raken aan het gebruik van opioïden. Bij kankerpatiënten kan de pijnmedicatie eenvoudig worden afgebouwd op het moment dat deze niet meer nodig is.

Bovendien is aangetoond dat het gebruik van opioïden bij deze patiënten zelden aanleiding geeft tot het ontstaan van lichamelijke afhankelijkheid of tolerantie. De angst voor verslaving treft men aan in alle groepen: van arts tot en met de patiënt en zijn of haar familie. Onderzoek heeft aangetoond dat helaas ook artsen wegens de angst voor verslaving dikwijls geen, te weinig of onjuist opioïden voorschrijven en dat apothekers een patiënt nogal eens waarschuwen voor het vermeende verslavingsgevaar. Bij de patiënt kan de angst om in een verslavingsproblematiek terecht te komen leiden tot een onjuist gebruik (niet of een lagere dan voorgeschreven dosis innemen), hetgeen ook nogal eens door familieleden en kennissen wordt bevorderd. Het uiteindelijke resultaat is een serieuze onderbehandeling van de kankerpijn, hetgeen wereldwijd inmiddels in veel onderzoeken is bevestigd. Toch is een effectieve pijnbehandeling ongelooflijk belangrijk, juist bij deze groep patiënten. Bovendien leidt de pijn tot een toegenomen stress en de effecten daarvan op het leven van alledag. De slotconclusie van de deskundigen op het Wereld Pijncongres in Wenen is dat de verbetering van de pijnbehandeling sterk afhankelijk is van het wegnemen van de irrationele vrees voor verslaving aan opioïden, maar dat daarvoor nog heel wat moet gebeuren. Het belangrijkste in dat opzicht is goede voorlichting: hoe deze middelen te gebruiken voor een optimale pijnbehandeling.

Voor nadere informatie: R.L. van Leersum, pijnconsulent. IKC West te Leiden.

Charybdis - Discusdenervatie